VOORSTELLING

Wanneer je iets over de voorstelling gaat vertellen heb je het over de inhoud van het kunstwerk. Je kijkt of er een verhaal wordt verteld en waar dat verhaal over zou kunnen gaan. Hierbij kan je de titel gebruiken. In de onderstaande lijst staan al de onderwerpen die te maken hebben met voorstelling.

attribuut

blikrichting

en face

en profil

gebaar

houding

geënsceneerd

genre

idealiseren

kleding

landschap

naar de fantasie

naar de waarneming

onderwerp

personage

portret

stilleven

symbool

thema

vereenvoudigd

vertellend

uitdrukking

verhaal

Eerst ga je kijken of je iets in de voorstelling herkent.

  

Figuratieve voorstelling: De voorstelling vertoont duidelijke overeenkomsten met de zichtbare werkelijkheid. 
Als je goed kunt zien wat het voorstelt, dan noem je dat een figuratieve voorstelling. Je kunt twee soorten figuratieve voorstellingen tegen komen. Er zijn realistsiche (linker afbeelding) of geabstraheerde (rechter afbeelding) voorstellingen.


 

Realistisch: (Naar de waarneming, naturalistisch) De kunstenaar heeft proberen weer te geven wat hij/zij ziet. De voorstelling is een afspiegeling van de zichtbare werkelijkheid. 


  

Geabstraheerd: De voorstelling is een herkenbaar, maar op een bepaalde manier vervormd en/of vereenvoudigd. Hierboven zie je links een voorbeeld van vereenvoudiging en rechts een voorbeeld van vervorming.

 

  

Abstract: Wanneer je niet meer spreekt van een herkenbare voorstelling dan is het kunstwerk abstract. Hierin gaat het alleen over kleuren, vormen en lijnenspel.

 

 

Surrealistisch: Het schilderij is realistisch geschilderd (qua schaduwwerking, ruimtewerking, kleuren ed.), maar de voorstelling is qua thema een onrealistisch 'verhaal'. Surrealisten halen hun ideeen vaak uit de dromenwereld, hun fantasie.
Tegenwoordig is het Neo (nieuw) Surrealisme nog steeds een grote stroming in de kunst. Vaak wordt hier gebruik gemaakt van fotografie.

 

    

Portret: Een gezicht, vaak nog weergegeven met een deel van de schouders. Een portret in de beeldhouwkunst wordt ook wel een buste  genoemd.
Het maken van portretten gaat terug tot voor de Grieken en de Romeinen. Er zijn ontelbare portretten geschilderd door vele kunstenaars. Dit gebeurde vaak in opdracht van rijke familie's. 


 

Als je iemand van voren afgebeeld ziet, noem je het portret (in het frans) 'en face'.

 

  

Met een 'a trois-quart' (drie-kwart) portret is een persoon schuin afgebeeld, waardoor je een deel van de zijkant en een deel van de voorkant ziet.

 

   

Bij een 'en profil' portret zie je het gezicht helemaal van opzij.

 

  

Stilleven: Een compositie van roerloze of levenloze dingen, die met zorg zijn belicht. Deze levenloze voorwerpen zijn bij elkaar geplaatst en vervolgens nageschilderd of nagetekend. Soms werden stillevens ook in 3d nagemaakt of gefotografeerd. 
Er zijn verschillende soorten stillevens. 

 

  • Vanitasstilleven (gedenk te sterven): (zie afbeelding links) In dit stilleven staat de tijd en de vergankelijkheid centraal. Door middel van doodshoofden, andere symbolische voorwerpen (een zandloper, een zeepbel (die altijd maar kort bestaat), rot fruit, verwelkte bloemen of een kaars/olielampje die bijna op is/uit gaat) laat de kunstenaar zien dat het leven kort is.
  • Pronkstilleven: Hiermee laat de kunstenaar rijkdom zien door middel van veel weelde en luxe voorwerpen.
  • Fruitstilleven: Een stilleven dat voor het grootste gedeelte bestaat uit fruit.
  • Bloemstilleven: (zie afbeelding midden) Een stilleven waarin veel bloemen zijn afgebeeld, vaak in een vaas.
  • Interieurstilleven: (zie afbeelding rechts) Een gedeelte van het interieur is afgebeeld.

 

 

  

Landschap: Onze waarneming van de buitenomgeving/leefomgeving van de mens. Je kunt spreken van natuurlijke en stedelijke landschappen. 

 

  

Figuurstuk: kunstwerk waarin de mens centraal staat.


  

Historiestuk: In een historiestuk zijn belangrijke feiten uit de geschiedenis vastgelegd. Ze kunnen ook gebaseerd zijn op gebeurtenissen uit de literatuur of legenden. L. van Bree legde het historische moment van het Leids Ontzet vast. 


  

Bijbelse voorstelling: Het kunstwerk is gebaseerd op een verhaal uit de bijbel.
In de middelste afbeelding zie je de 'Annunciatie' van Sandro Botticelli. Hierbij komt de aartsengel Gabriel aan Maria vertellen dat ze zwanger is van Jezus.


 

Mythologische voorstelling: Het kunstwerk is gebaseerd op een verhaal uit de (griekse) mythologieen.

 

  

Genrestuk: Er zijn onderwerpen uit het dagelijks leven verbeeld. Er zijn verschillende standen, zo is er het hoofse, het burgerlijke en het boerengenre. Vooral in de Renaissance en de Barok zijn de Genrestukken populair. In Nederland is dat voornamelijk in de 16e en 17e eeuw. Deze zitten vaak vol met moralistische verwijzingen. Zo moesten ze de mensen waarschuwen voor allerlei verleidingen. Jan steen is hier erg beroemd mee geworden.

 

   

Tweeluik (diptiek), Drieluik (triptiek), Veelluik (polyptiek): Een schilderij dat uit meerdere (houten) delen bestaat. Meestal werden deze luiken gebruikt als altaarstuk en lieten ze bijbelse taferelen zien.

 

  

Stofuitdrukking: De weergave van een bepaald soort materiaal op een schilderij, bijvoorbeeld hout, fluweel of glas. In realistische schilderijen wordt er veel aandacht besteed aan de stofuitdrukking.

 

   

Personificatie: Hierbij staat een persoon symbool voor een bepaald begrip. Zo is Uncle Sam de personificatie van de Verenigde Staten, de (geblindoekte) Vrouwe Justitia met zwaard en weegschaal staat voor onpartijdig recht en de duivel staat voor het kwaad.

 

 

Allegorie: Eigenschappen van de mens (geboorte, dood, moed, etc.) worden op symbolische wijze verbeeld. Daarbij wordt soms gebruik gemaakt van personificaties. 
Hierboven zie je links een allegorie van Vouet en rechts een allegorie van Breughel. Vouet zet hierin de eigenschappen wijsheid, herinnering en gulheid uit in de vorm van personen neer. Breughel laat niet alleen door de persoon, maar ook door de omgeving zien dat het hier gaat om de eigenschap smaak.

 

 

Attribuut: Een attribuut is een voorwerp dat aangeeft wie een afgebeeld persoon is. Dit kan een bijbelse of mythologische figuur zijn of een personificatie. De 4 evangelisten hebben bijvoorbeeld ieder een dier (een leeuw, een arend, een stier en een engel) naast zich staan. Petrus kan je herkennen aan de sleutels in zijn handen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb